Orde van dienst 21-4-2024

voor de gezamenlijke kerkdienst van de protestantse gemeente “De Banier” te Twijzelerheide en de protestantse gemeente te Noardburgum op de vierde zondag van Pasen (zondag ‘Jubilate’ = ‘jubelt’) 21 april 2024 om 9.30 uur.

Deze dienst staat in het teken van
‘De steppe zal bloeien’ van Huub Oosterhuis.

Kerkgebouw: “De Banier”
Voorganger: ds. Wybe Feenstra
Pianist: Jelle Dotinga
Lectoren: Baukje Jagersma en Griet de Boer
Beamist: Sem Visser
en met medewerking van het gelegenheidskoortje.

Deze dienst is voorbereid door enkele leden van de werkgroep
‘Van dromen naar doen’ (Noardburgum)

en de ‘Werkgroep bijzondere diensten’ (Twijzelerheide).

Voor het live of achteraf beluisteren van deze dienst klik op menu optie 'Kerkomroep'.


Orgelspel

Lied voor de dienst: Lied 527 (‘Uit uw hemel zonder grenzen’)
Solisten: 1 en 2
Koor: 3
Allen: 4 en 5

Welkom en mededelingen

Intochtslied: Lied 689 (‘Wat altijd is geweest’)
Solo + koor: 1
Solo + allen: 2 en 3

Beginwoorden (gesproken tekst Lied 277)
Voorganger: Die ons voor het licht gemaakt hebt
Allen: DAT WIJ LEVEN
Voorganger: Spreek: ‘licht’,
Allen: WEES HIER AANWEZIG IN UW NAAM
Voorganger: ‘Ik zal er zijn’

Groet
Voorganger: De vrede van God is met u en met jullie
Allen: EN OOK MET U. AMEN

Inleiding op de dienst

Zingen: Lied 608 (‘De steppe zal bloeien’)
Koor: 1 en 2
Allen: 3

Collages laten zien

Kyriegebed

Zingen: Glorialied 322 (Tevens lied bij de opening van de Schriften)
(‘Die chaos schiep tot mensenland’)
Koor: 1
Allen: 2 en 3

De lezingen waar ‘De steppe’ op gebaseerd is:
  1. Jesaja 35: 1 en 2; 5 t/m 7
  2. Psalm 126
  3. Paasevangelie: Matteüs 28: 1 t/m 7
  4. Openbaring 21: 3 en 4
Luisterlied: Dan zal ik leven (Trijntje Oosterhuis)

Het zal in alle vroegte zijn
als toen.

De steen is weggerold.
Ik ben uit de grond opgestaan.
Mijn ogen kunnen het licht verdragen.
Ik loop en struikel niet.
Ik spreek en versta mijzelf.
Mensen komen mij tegemoet –
wij zijn in bekenden veranderd.

De ochtendmist trekt op.
Ik dacht een dorre vlakte te zien.
Volle schoven zie ik, lange halmen, aren
waarin de korrel zwelt.
Bomen omranden het bouwland.
Heuvels golven de verte in,
bergopwaarts, en worden wolken.

Daarachter
kristal geworden verblindend
de zee die haar doden teruggaf.

Wij overnachten in elkaars schaduw.
Wij worden wakker van het eerste licht.
Alsof iemand ons bij naam en toenaam
heeft geroepen.

Dan zal ik leven

Overdenking (liedmeditatie)

Sjonge: Liet 608 (‘De steppe sil blomkje’)

Toelichting op enkele collages

Gebeden

Collecte

Slotlied: ‘Uit vuur en ijzer’
Koor: 1
Allen: 2 en 3

1. Uit vuur en ijzer, zuur en zout,
zo wijd als licht, zo eeuwen oud,
uit alles wordt een mens gebouwd
en steeds opnieuw geboren.
Om ijzer in vuur te zijn,
om zout en zoet en zuur te zijn,
om mens voor een mens te zijn
wordt alleman geboren.

2. Om water voor de zee te zijn,
om anderman een woord te zijn,
om niemand weet hoe groot en klein,

gezocht, gekend, verloren.
Om avond- en morgenland,

om hier te zijn en overkant,
om hand in een and're hand,

om niet te zijn verloren.

3. Om oud en wijd als licht te zijn,
om lippen, water, dorst te zijn,
om alles en om niets te zijn,

gaat iemand tot een ander.
Naar verte die niemand weet,

door vuur dat mensen samensmeedt,
om leven in lief en leed,

gaan mensen tot elkander.


Zending en zegen

Orgelspel








 
terug